Pescotariër

Ik wil het vandaag even hebben over een beslissing die ik afgelopen zomer gemaakt heb. Sinds de zomervakantie eet ik namelijk geen vlees meer en noem ik mezelf dus pescotariër.

Dierenwelzijn heb ik altijd al belangrijk gevonden. Ik houd al mijn hele leven van dieren en heb ze altijd al goed willen verzorgen. Eigenlijk hebben we thuis nooit echt veel vlees gegeten. Verder dan rookworst bij de boerenkool, spek op pannenkoeken, saté bij chinees en af en toe een frikandel ging het niet. Wel houd ik echt heel erg van bacon en salami. Maar dat at ik dus maar zo zelden dat het niet echt moeilijk was om daar vanaf te stappen.

Ik wilde deze stap eigenlijk al heel lang maken, voor de zomervakantie nam ik de beslissing echt. Aangezien we de vakantie in Indonesië doorbrachten, en het me daar nogal lastig leek om helemaal geen vlees te eten, heb ik toen nog tot daarna gewacht. De, voor mij, grote aantallen vlees die ik daar at heeft me echter wel nog meer overtuigd dat ik dit wil, want het stond me heel erg tegen.

Een echte challenge is geen vlees eten voor mij niet dus niet. Belangrijk vind ik het wel. Ik snap dat mensen van nature nou eenmaal vlees eten en dat we daar voor gemaakt zijn. Daar vind ik dus ook niet zo veel mis mee, maar hetgeen wat mij dwars zit is dat we het zo “overdrijven”. De massaproductie van vlees vind ik een verschrikkelijk beeld. Dat er in vlees voedingsstoffen zitten die we nou eenmaal echt nodig hebben snap ik heel goed, maar om dan zoveel extra vlees te eten en produceren puur omdat het lekker is vind ik niks. De manier waarop het vlees tot stand komt in de bio-industrie vind ik walgelijk.

Daarnaast is dit ook nog eens heel slecht voor het milieu. 14,5% van de CO2 uitstoot komt door veehouderij. Door geen vlees te eten draag ik dus ook mijn steentje bij aan de vermindering van uitstoot van broeikasgassen en daardoor de verbetering van het milieu.

Biologisch vlees is dus al een grote stap in de goede richting. Maar ik wilde vlees eigenlijk gewoon helemaal uit mijn leven bannen. Wat ik echter niet doe is letten op andere dierlijke ingrediënten in producten. Dan bedoel ik niet dierlijke producten als melk of eieren (veganist worden is voor mij net een stapje te ver) maar echt dingen als gelatine (afkomstig uit huid of botten van zoogdieren) of stremsel (afkomstig uit de maag van zoogdieren). Ik wil hier later zeker meer op gaan letten, maar dat komt dan pas als ik mijn ouderlijk huis uit ben en zelf mijn boodschappen doe.

Hetzelfde geldt een beetje voor waarom ik pescotariër ben, en geen vegetariër. Dit betekent dat ik geen vlees eet, maar wel vis. Vissen zijn natuurlijk ook dieren en de reden dat ik die wel eet is dan ook niet dat ik het niet hetzelfde vind. Wat wel de reden is, is dat wij thuis erg veel vis eten, ook als tegenhanger van al het vlees dat we niet eten. Ik vind het vervelend als mijn ouders helemaal anders moeten gaan koken voor mij en ook het volledig vegetariër worden komt dus pas als ik uit huis ben. Daarnaast weet ik dat ik nog veel meer moet gaan letten op de voedingsstoffen die ik binnenkrijg als ik ook vis volledig van mijn dieet schrap. En oké, ik vind het ook wel gewoon heel erg lekker. Om daarmee te stoppen is nog wel even een dingetje, dus voorlopig ben ik tevreden met hoe ik het nu doe.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *